Krantenbericht uit 1971

DE KEPPELSE MOLENS.

De ouderdom van de Keppelse watermolen is niet precies vast te stellen. Zeker is dat in het archief van het kasteel Keppel voor het eerst melding wordt gemaakt van waterkorenmolens in de veertiende eeuw. (Er zijn er twee geweest). Het eiland, waarop het kasteel Keppel, het stadje Laag-Keppel en de watermolen gelegen is, werd omgeven door de Oude IJssel en een oude rivierarm, die zich stroomopwaarts van het kasteel van de Oude IJssel afsplitste en ongeveer twee kilometer stroomafwaarts beneden de oude sluis, achter de voormalige ijzergieterij weer in de rivier uitmondde. Aan deze rivierarm, de Molenbeek genaamd, was de waterradmolen gesitueerd. In het bos bij het kasteel is de oude loop nog zichtbaar.Om de Oude IJssel geschikt te maken voor schepen met een flink tonnage, heeft men deze gekanaliseerd. (De oude loop vindt u vlak bij de stoplichten en is achter het kasteel afgedamd). De nieuwe loop is pas na de oorlog gegraven. (De klapbrug verbindt de Achterhoek met de Liemers). De oude Keppelse sluis is buiten werking gesteld. Er zijn nieuwe sluizen gekomen bij Terborg en Doesburg en het waterpeil wordt op 10m. +N.A.P. gehouden.Het gevolg was, dat er geen verval meer bestond en de Keppelse molen dus niet meer kon malen. Wijlen de heer Rijnenberg, lid van de Gelderse Molenstichting, was dit een doorn in het oog. Hij ontwikkelde het volgende plan: als de molen kolk op een lager niveau kon worden gebracht (ongeveer 1.50 m. lager dan de IJssel) zou het mogelijk zijn het waterrad weer te laten draaien. Om dit te realiseren werd een spinnekop (kleine wipmolen) uit Follega-Lemsterland in Friesland gehaald, die door molenmaker G. J. ten Have uit Aalten werd gerestaureerd en is geplaatst tussen de kolk en de Oude IJssel. De spinnekop trekt d.m.v. een vijzel het water omhoog, zodat het in de Oude IJssel kan lopen. De aanvoersloot van het water, dat nodig is om het waterrad te kunnen laten draaien, loopt vanaf de oude loop achter de huizen met de oneven huisnummers van de Dorpsstraat langs en dan via een duiker, welke af te sluiten is, onder de weg door. Als de schuif opengedraaid is, kan het waterrad draaien. De watermolen is een zogenaamde onderslag-molen, d.w.z. dat het water onderaan tegen de schoepen van het rad aanduwt.De toegang is gratis, maar een kleine bijdrage in de kosten van onderhoud wordt bijzonder gewaardeerd. Mocht u meer willen weten, dan is molenaar Dirk Minor, Dorpsstraat 30 te Laag-Keppel, gaarne bereid u nadere inlichtingen te verschaffen.

Bronnen: De Molenaar 2 mrt. 1971.
De Gelderse Molen 4e jaargang nr. 3.

Boekwerk ” ‘Slechts bij wind…’ 600 jaar Keppelse Molens”

Ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Keppelse Molenstichting is in een oplage van 1000 exemplaren een boekwerkje uitgegeven met als titel:

“Slechts bij Wind….” 600 Jaar Keppelse Molens.

De tekst is van Janneke Janssens op basis van archiefonderzoek van de toenmalige bestuursleden J.A. Heijdra en H. Wierenga. Redactie en grafisch ontwerp: Noudi Spöhnhoff/Loek Kemming

Druk: Drukkerij Zeegers BV, Doesburg.

Het boek geeft een beeld van de geschiedenis van de molens en is verlucht met vele historische afbeeldingen.

Prijs: € 7,50

Verkrijgbaar bij de molen of op bestelling per email info@keppelsemolens.nl, tegen betaling van extra verzendkosten ad € 2,50. Het boek zal toegezonden worden na ontvangst van het totale bedrag van € 10,00 op rekening no.: 3150.29.846 tnv Stichting Keppelse Molens.